10. De ‘wat gaat er beter?’ vraag

Huisartsenpraktijk Loksbergen start - topics - tools - diëten - folders - beelden - links

 

topics - psychologie - oplossingsgericht werken - 10. de 'wat gaat er beter' vraag

De coach stelt de ‘wat gaat er beter?’ vraag vooral aan het begin van vervolggesprekken (tweede gesprekken en latere gesprekken) met cliënten. Het voordeel van de ‘wat gaat er beter?’ vraag is dat de cliënt zich goed kan concentreren op welke vooruitgang hij heeft geboekt in de afgelopen periode en op wat goed heeft gewerkt. Dit heeft meestal een motiverend effect, leidt vaak tot meer bewust inzicht in wat werkt en tot bruikbare ideeën voor verdere stappen vooruit. De waarde van de antwoorden op de ‘wat gaat er beter?’ vraag komen het beste tot hun recht als de coach goed doorvraagt. Dat is doorvragen tot je de situatie als een film voor je ziet. Als coach zie je dan voor je wat er goed was aan de situatie en hoe de persoon het voor elkaar heeft gekregen. Veel belangrijker dan dat de coach het voor zich ziet is trouwens dat de cliënt de situatie ook weer heel concreet voor zich ziet. De vragen van de coach zijn hiertoe een hulpmiddel. Het aparte bij de ‘wat gaat er beter?’ vraag is dat je hem vaak herhaalt. Meestal stel je hem niet 1, 2, of 3 keer maar eerder 6, 7, of 8 keer. De verrassing bij veel beginnende oplossingsgerichte coaches is vaak groot wanneer ze ontdekken dat cliënten er in de regel goed in slagen om zoveel voordelen te noemen van verbeteringen. Aanmoediging door de coach is hierbij wel essentieel. En ook zijn ze nogal eens verrast over het feit dat vaak de interessantste verbeteringen helemaal niet de als eerste of tweede genoemde zijn. Soms heb je al zes voorbeelden van wat er beter gaat gehoord en dan komt er opeens een heel belangrijke volgende verbetering op tafel, meestal ook tot verrassing van de cliënt zelf (”Goh, ik was het al bijna vergeten, maar dit is heel belangrijk…”). Coaches die de ‘wat gaat er beter?’ vraag willen gaan gebruiken zijn soms bezorgd dat de cliënt hen gaat vertellen dat er misschien wel niets beter gaat, of dat hij niet weet wat er beter gaat, of dat het misschien wel allemaal slechter gaat in plaats van beter. Of misschien reageert de cliënt wel geïrriteerd omdat hij het een rare vraag vindt. Hoewel dit soort antwoorden inderdaad kan voorkomen, gebeurt dit in de meerderheid van de gevallen niet. De meeste cliënten hebben meestal inderdaad wel even een paar seconden aanmoediging nodig om te beginnen met het noemen van verbeteringen maar dit lukt hierna dan meestal goed. Maar zelfs al reageert de cliënt door te zeggen dat de dingen over het algemeen slechter gaan, dan kan de ‘wat gaat er beter?’ vraag nuttig kan zijn.

 

webdesign dr Vanschoenbeek Jan