mollusca contagiosa

Huisartsenpraktijk Loksbergen start - topics - tools - diëten - folders - beelden - links

 

Kleine kwalen - Mollusca contagiosa

Inleiding

Mollusca contagiosa, ook wel 'kinderwratten' of 'waterwratten' genoemd, vormen een onschuldige self-limiting virale huidinfectie die overwegend bij kinderen voorkomt. De mollusca worden gekenmerkt door wasachtige papels met een centrale indeuking (delle), meestal niet groter dan 5 mm (een enkele keer >10 mm) en vaak groepsgewijs op een of meer plaatsen aanwezig. Mollusca komen vooral voor op de romp, minder vaak op de extremiteiten en soms in het gelaat en in de anogenitale regio. Bij hoge uitzondering vindt men ze op de conjunctivae, waarbij chronische conjunctivitis een complicatie kan zijn.

De mollusca genezen spontaan en zonder littekenvorming, meestal binnen de tijdsduur van 6 tot 9 maanden; een enkele keer verdwijnen ze pas na 3 à 4 jaar. Bij een intact immuunapparaat ontstaat levenslange immuniteit.

Achtergronden

 

Epidemiologie

De incidentie van mollusca contagiosa (ICPC S95) op het spreekuur van de huisarts is bij kinderen van 0-4 jaar 20 per 1000 kinderen per jaar, bij 5-9 jaar 30, en daalt sterk tot 3,7 bij 10-14 jaar. In de Tweede Nationale Studie zijn deze cijfers net iets lager.

Ongeveer 16% van de kinderen tot 15 jaar bezoekt minstens eenmaal in hun leven de huisarts met mollusca contagiosa. Er zijn kleine epidemieën beschreven op scholen en kindertehuizen. Bij patiënten met een HIV-infectie (met een gestoorde immuniteit) komt de aandoening vaker voor: prevalentie 5-18%.

Mollusca contagiosa komen een enkele keer (in 1-3% van alle patiënten) voor als SOA bij volwassenen. Behandeling hiervan valt buiten het bestek van deze richtlijn.

Etiologie/pathogenese

Mollusca contagiosa worden veroorzaakt door één van de humane papillomavirussen. De besmetting vindt plaats via direct huidcontact, mogelijk ook via gecontamineerd textiel, zoals een handdoek. De incubatietijd is 2 weken tot een half jaar.

Mollusca contagiosa komen vaker en uitgebreider voor bij kinderen met constitutioneel eczeem dan bij niet atopische kinderen. Het is niet altijd duidelijk of het eczeem veroorzaakt wordt door de mollusca of dat juist de atopische constitutie extra vatbaar maakt voor het ontstaan van mollusca. Het door jeuk uitgelokte krabben bevordert de verspreiding van aanwezige mollusca. Bij een lokaal ontstekingsproces in de lesie zal deze gemiddeld sneller verdwijnen.

Ziekten of medicatie die de weerstand verminderen of de immuniteit aantasten, kunnen een subklinische infectie manifest doen worden; dit komt een enkele keer ook bij volwassenen voor. Hierop moet men bedacht zijn bij het gebruik van lokale of orale corticosteroïden, cytostatica en immunosuppressiva.

Diagnostiek

 

Reden voor consult

Meestal gaat het bij het spreekuurbezoek om de vraag naar de diagnose en het beloop. Ook wordt om cosmetische redenen de huisarts geraadpleegd, niet zelden met een verzoek tot verwijdering van de wratjes. Minder frequent vormen klachten over jeuk of pijn (vooral bij gelijktijdig optredend eczeem of wanneer de mollusca ontstoken zijn) de consultreden.

Anamnese

De huisarts vraagt naar:

klachten als jeuk en pijn;

het verloop in de tijd;

de aanwezigheid van personen met deze aandoening in de directe omgeving;

medicijngebruik: zijn er aanwijzingen voor weerstandsvermindering door medicatie (b.v. corticosteroïden, cytostatica, immunosuppressiva).

Onderzoek

Het lichamelijk onderzoek bestaat uit inspectie van de aangedane huid, waarbij gelet wordt op het typische beeld van mollusca contagiosa: halfbolvormige papels met een centrale indeuking, een wasachtige doorschijnende kleur met een doorsnede van 2-5 mm (soms tot 10-15 mm). Meestal zijn er minder dan 30 mollusca aanwezig. Het beeld is zo typisch dat voor de diagnose geen aanvullend onderzoek nodig is. Soms zijn er tekenen van bacteriële ontsteking zoals roodheid, zwelling en pijn en soms zijn de mollusca omgeven door eczeem.

Beleid

 

Behandelingsmogelijkheden

Omdat de mollusca meestal binnen 6 tot 9 maanden spontaan verdwijnen, wordt behandeling in het algemeen niet aanbevolen. Redenen om wel te behandelen kunnen zijn: langdurig persisterende mollusca, de besmettingskans en esthetische bezwaren.

Een recent Cochrane review laat zien dat van geen enkele behandeling de effectiviteit is aangetoond. Ook zijn er geen aanwijzingen dat behandeling de genezing van nieuwe mollusca zou vertragen. Over behandeling met electrocauterisatie is geen literatuur gevonden. Wel is duidelijk dat een met een scherpe lepel verwijderd molluscum niet meer terugkomt. Nadeel van fysische behandelmethoden (zoals vloeibare stikstof) is de kans op littekenvorming. Zorgvuldige currettage geeft geen littekenvorming.

Preventie en voorlichting

De kern van het beleid is aan ouders en kind uit te leggen dat mollusca onschuldig zijn en meestal in 6 tot 9 maanden vanzelf verdwijnen. In het algemeen wordt behandeling dan ook afgeraden. De belangrijkste wijze van besmetting is direct huidcontact.

Adviseer bij aanwezige mollusca om direct huidcontact zoveel mogelijk te vermijden en laat na het baden een eigen handdoek gebruiken. Probeer vooral bij constitutioneel eczeem krabben te vermijden. Er is geen reden om de patiënt te weren uit een kinderdagverblijf, een crèche of een zwembad.

Niet-medicamenteuze therapie

Indien behandeling toch dringend wordt gewenst, kan bij een beperkt aantal mollusca gekozen worden voor chirurgische therapie. Na lokale pijnstilling door inwerking van een locaal anestheticum (lidocaïne/prilocaïne crème onder occlusie) worden de mollusca met een scherpe lepel verwijderd.

Medicamenteuze therapie

Bij secundair (bacterieel) geïnfecteerde mollusca die klachten geven kan de infectie eerst behandeld worden (met fusidinezuurcrème 2%, 2-3 dd gedurende 1 week). Daarna kan spontane genezing worden afgewacht. Behandel perimollusculair eczeem met een klasse 1 corticosteroïd (hydrocortison-acetaat 1% in crème of zalf).

Voor de behandeling van mollusca contagiosa zijn verder geen werkzame farmacotherapeutische opties beschikbaar.

 

 

webdesign dr Vanschoenbeek Jan