Acute/chronische pancreatitis

Huisartsenpraktijk Loksbergen start - topics - tools - diëten - folders - beelden - links

 

dieetleer - Acute/chronische pancreatitis

 

Voorkeursmoment voor verwijzing naar de diëtist:

na het stellen van de diagnose.

 

Relevante gegevens voor de diëtist:

  • diagnose: acute pancreatitis (mild/ernstig, voorspellende scores: APACHE-II, Imrie of CRP), chronische pancreatitis (met eventuele exocriene/endocriene dysfunctie) + oorzaak, mogelijke complicaties, eventuele comorbiditeit
  • symptomen: anorexie, misselijkheid, braken, buikpijnklachten, diarree, steatorroe, oedemen
  • laboratoriumgegevens:

•serum: amylase, lipase, glucose, CRP

•urine: amylase, amylase-creatinineklaringsratio.

  • medicatie/therapie: maagzuurremmers, pancreasenzymen, middelen bij pijn, antibiotica, insuline, orale bloedglucoseverlagende middelen, vitaminen- en mineralensuppletie, eventuele operaties
  • overig: lengte, gewicht(sverloop), mogelijk alcoholverbod.

Doelstelling behandeling diëtist:

verminderen van de symptomen

handhaven/verbeteren van de voedingstoestand.

 

Dieetkenmerken:

 

milde acute pancreatitis

de orale inname wordt vaak binnen 2-3 dagen hervat: bij het niet tolereren (toename bovenbuikspijn) van orale voeding binnen 5 dagen start enterale voeding via maagsonde, zonodig bij maagparese voedingssonde voorbij pylorus

voedingsondersteuning is niet nodig, tenzij er sprake is van een slechte voedingstoestand.

 

ernstige acute pancreatitis

niets per os, zo snel mogelijk enterale voeding indien getolereerd (eerste keuze polymere sondevoeding, indien deze niet goed wordt verdragen oligomere voeding). Enterale voeding toedienen in het jejunum, voorbij het ligament van Treitz. Bij onvoldoende beschikbaarheid van het maagdarmkanaal en/of inadequate inname (aanvullende) parenterale voeding.

energie(verrijkt): basaalmetabolisme (Harris & Benedict) + toeslagen (afhankelijk van de ernst van de pancreatitis)

eiwitverrijkt: 1,2-1,5 g/kg actueel lichaamsgewicht

indien mogelijk (bij normalisatie van de bloedwaarden en afname van pijn) over op orale voeding. Er kan worden gestart met een vloeibare voeding. Daarna overgaan op een vaste voeding, zo nodig vetbeperkt.

na herstel zijn er geen dieetbeperkingen

alcoholverbod alleen noodzakelijk als alcohol de oorzaak is geweest van de pancreatitis.

 

chronische pancreatitis

energie(verrijkt): basaalmetabolsime (Harris & Benedict) + toeslagen

eiwitverrijkt: 1,2-1,5 g/kg actueel lichaamsgewicht

frequente, kleine maaltijden

alcoholverbod (ongeacht de oorzaak)

bij diabetes mellitus: zie ’diabetes mellitus’.

 

Een acute exacerbatie van chronische pancreatitis kan worden behandeld als een acute pancreatitis.

 

Bijzonderheden:

in de literatuur is er geen eenduidigheid over de optimale timing en samenstelling van orale voeding in de herstelfase na acute pancreatitis. Ongeveer 20% van de patiënten krijgt bovenbuikspijn bij herstart van de orale voeding. De pathofysiologie hiervan is tot op heden onbekend.

bij chronische pancreatitis met exocriene dysfunctie dienen pancreasenzymen gesuppleerd te worden bij iedere (tussen)maaltijd die vet bevat. De rol van pancreasenzymen als pijnmedicatie is controversieel.

80% van de patiënten met chronische pancreatitis kunnen adequaat behandeld worden met een normale voeding aangevuld met pancreasenzymen; 10-15% van de patiënten hebben aanvullende orale voedingssupplementen nodig en bij 10% van de patiënten met chronische pancreatitis is sondevoeding geïndiceerd. Bij langdurige toediening van sondevoeding is een PEGJ geïndiceerd. Totale parenterale voeding (TPN) wordt uitsluitend gegeven als voorbereiding op een operatie als orale voeding niet mogelijk is, maar nooit langdurig.

bij chronische (met name alcoholische) pancreatitis kan suppletie van elektrolyten, vitaminen en micronutriënten noodzakelijk zijn.

 

 

webdesign dr Vanschoenbeek Jan